12 juni 2009

Gorsselse Heide (12 juni 2009)

Een ven met een groot aantal jagende libellen, kwakende kikkers en prachtige kragen met gagel met op de achtergrond de rose gekleurde dopheide. In augustus steekt het felblauwe van de klokjesgenetiaan de kop op. In de lucht scheert een boomvalk, op jacht naar libellen. Op zoek naar de geelgors of haar welbekende Beethoven melodie, het getjak, (alsof twee kiezelstenen tegen elkaar getikt worden) van de roodborsttapuit. Het blijft stil. Zelfs het geknal van defensie is sinds enkele jaren verstomd. Een nostalgisch beeld. Eigenlijk was het toen juist rustig. Want hing er de rode vlag dan was defensie actief en kwamen er geen rustverstoorders en hondenliefhebbers. Stonden er ook her en der nog de bekende groene toegangsbodjes met alle huisregels.

Verder op zoek… De lage steilrandjes, eerder vol met graafwespen en zandbijen aan de kant van de weg  zijn gladgeschoven, net als de slecht doorlatende lemige kanten van het zandpad. De zandpaden zijn opgehoogd met zand afkomstig uit de gegraven gaten om de natte paden te ontwateren. Het ontwateren is goed gelukt. De leemlaag is, getuige een klein onderzoekje mijnerzijds, doorbroken. In het verleden hebben er ook vergravingen op het schietterrein plaatsgevonden om de brandput te vergroten. Vooral na de bos-heidebrand begin jaren negentig van de vorige eeuw is deze vergroot en verdiept. Met alle gevolgen van dien. De badkuip loopt leeg: dit is een sluipend proces. Niet alleen zullen de natte (zand)paden ontwateren, maar ook het ven. Samen met de huidige weersomstandigheden wordt dit versterkt. De boomgroei op de heide wordt geprikkeld en zorgt voor extra verdamping. Gelukkig vind ik nog een tiental plantjes heidekartelblad die juist op de slecht waterdoorlatende lemige grond aan de rand van het pad stonden. Vergeten met de schofel aan te schuiven.

Schichtig schiet er een volgroeide levenbare hagedis onder een paar heidepollen weg. De waterstand in het ven is angstaanjagend laag, met nagenoeg geen amfibieën en nauwelijks libellen (twee handen vol). De (groene en bruine) kikkers lijken wel doodgevroren na deze strenge winter (2008-2009): geen gekwaak. Een paartje groene zandloopkevers is tijdens de paring platge(t)reden op een van de weinig onaangeroerde paden. Een prachtig hondenuitlaatgebied, dag en nacht, en vooral niet aangelijnd. Een terrein waar je vrij rond mag bewegen, te voet, per fiets, te paard of fourwheel drive auto. Eigenlijk een soort verlengstuk van de naastgelegen kartingbaan, maar dan off the road en voor iedereen en alles toegankelijk, dag en nacht. Een soort pret- en speelpark, waar heel veel mag, zonder entreegeld.

Dit is de Gorsselse Heide anno juni 2009.

 Een somber verhaal, ondanks alle herstelplannen. Maar vooral het doorbreken van de leemlaag en de landelijke daling van het grondwaterpeil zorgt voor een sluipend proces van verdroging. Een proces dat je als gewone bezoeker niet zo waarneemt, maar als natuurwaarnemer wel. Het vormt de basis van het al dan niet voortbestaan van de huidige terrein of het natte dopheideterrein van weleer. In hoeverre hier daadwerkelijk verandering in kan komen is maar de vraag. Misschien moeten we maar tevreden zijn met een droog (struikheide)terrein met pijpestrootje? Voor de gemiddelde wandelaar of hondenbezitter maakt het niet zo uit, verwacht ik. Toch zal het weer een verschraling zijn van natuur en vooral leefgebied voor specifieke soorten.{gallery}Gorsselse_Heide{/gallery}

juni 12, 2009
Gorsselse Heide (12 juni 2009)